Vorig jaar schreven we over Defensie, het domste jongetje van de aanbestedingsklas. Dat was niet gebaseerd op één ongelukkige aanbesteding of een toevallig chagrijnige inkoper. De Rekenkamer tikt Defensie al sinds 2016 op de vingers vanwege het inkoopbeheer. Sindsdien is het ieder jaar hetzelfde oudergesprek: er is heus wel potentie, maar de basis is nog steeds niet op orde.
De strekking was: Defensie heeft een verleden van aanbestedingsregels negeren, slechte kwaliteit voor de laagste prijs inkopen en vriendjespolitiek. Binnen crisissituaties ziet men weinig ruimte voor geneuzel over wetten en procedures.
We kregen veel reacties op die column. Van mensen die verbaasd waren dat het er zo aan toegaat, van mensen die dit herkenden en blij waren met het signaal en natuurlijk vanuit Defensie zelf wat morrende geluiden.
Nu, een jaar later, publiceert de Algemene Rekenkamer opnieuw haar rapport. En jawel hoor: Defensie blijft weer zitten.
Zeven onvoldoende
Op het rapport van Defensie stonden al zeven onvoldoendes:
Inkoop: onvoldoende, al sinds 2016.
Munitiebeheer: onvoldoende, vier jaar op rij.
Vastgoedbeheer: onvoldoende, vier jaar op rij.
IT-beheer: onvoldoende, vier jaar op rij
Cryptobeheer: onvoldoende, vier jaar op rij.
Inventarisatie: onvoldoende, vier jaar op rij.
Beveiliging van militaire objecten: zo ernstig dat de Rekenkamer het heeft opgewaardeerd naar een aparte categorie.
Dit keer komt daar nog een nieuw vak bij. Fraude- en corruptiebeleid: niet eens een 1 voor de moeite. Opvallend, want dit was niet uit de lucht gegrepen. Het gaat hier om een organisatie die vorig jaar haar eigen Hoofd Inkoop gearresteerd zag worden wegens omkoping bij munitieaanbestedingen. Die een medewerker zag overstappen naar een dronebedrijf waaraan Defensie zelf voor miljoenen uitgeeft. En die al jaren onderwerp is van NAVO-onderzoeken naar corruptie. Als er één organisatie is waarbij je zou verwachten dat ze in ieder geval wel wat huiswerk zou hebben gedaan dan was het wel Defensie.
3,6 miljard niet verdedigd
De Rekenkamer constateerde 4,4 miljard euro aan fouten en onzekerheden in de Defensie-uitgaven over 2025. Ter vergelijking: bij de rijksoverheid als geheel ging het om 6,7 miljard aan fouten. Dus bijna twee derde van alle fouten bij de hele rijksoverheid komt voor rekening van onze hoop in bange dagen.
Van dat bedrag was 3,6 miljard terug te leiden op een oorzaak: Defensie had de gebruikte uitzonderingen op de aanbestedingsregels niet onderbouwd. Korte uitleg: Aanbestedingsregels zijn strak geformuleerd en schrijven voor hoe de overheid opdrachten in de markt moet zetten. Met redelijke termijnen, eerlijke eisen, objectieve beoordelingscriteria en een fatsoenlijke prijs-kwaliteitverhouding. Daar moet je je als overheid aan houden. Behalve als er bepaalde uitzonderingsgronden spelen. Denk aan dwingende spoed, of specialistische diensten die maar door één leverancier geleverd kunnen worden. En soms spelen er bij Defensie belangen die je niet openbaar op TenderNed zet.
Terecht natuurlijk. Maar de voorwaarde voor die uitzondering is dat je wel in een dossier bijhoudt waarom een bepaalde uitzondering is toegepast. Een minimale verantwoording die de belastingbetaler mag verwachten over hoe zijn geld wordt uitgegeven. En dat is volgens de Rekenkamer dus onvoldoende gebeurd bij 3,6 miljard aan uitgaven. Zeker bij een organisatie waar belangenverstrengeling en vriendjespolitiek nog wel eens voorkomen, wil je zeker weten dat geld niet in de zak verdwijnt van iemand bij de top.
Jaarlijks potje tijdrekken
Voordat het rapport op 20 mei werd gepubliceerd, kreeg Defensie de conceptbevindingen voor hoor en wederhoor. De reactie van minister Yeşilgöz was ongeveer wat je verwacht van een leerling die haar huiswerk niet heeft gemaakt: Het lag aan de administratie. De onderliggende inkopen waren heus wel zorgvuldig gedaan. En kon de Rekenkamer misschien even precies aanwijzen wat er dan ontbrak? Anders wist Defensie niet waar ze moest verbeteren. Dat is alsof de leraar zegt dat je antwoorden ontbreken, en dat je als leerling vraagt welke antwoorden dan precies. En in april kwam Defensie nog snel met fraudebeleid op de proppen. Alsof je na de overgangsvergadering alsnog je werkstuk inlevert en vraagt of het meetelt.
De Rekenkamer paste het oordeel vervolgens niet aan en sprak Yeşilgöz streng toe: “Dat de verantwoordelijke minister defensief reageert en deze bevinding niet erkent, is niet goed voor een lerende overheid.” Als verantwoordelijke minister kun je niet volstaan met ontkennen dat er een probleem is. Zeker niet als hetzelfde probleem al jaren op je rapport staat. Ook minister Heinen van Financiën had er zichtbaar genoeg van: “Deze discussie is er elk jaar. Ik begin dit zat te worden. Ik wil dit volgend jaar niet nog een keer horen.”
Tachtig rondjes rond de kazerne
Het meest cynische aan dit alles is wat er ondertussen in Brussel gebeurt. Terwijl de Rekenkamer constateert dat Defensie de huidige uitzonderingen onvoldoende onderbouwt, is de Europese reflex om nog meer ruimte te geven. Hogere aanbestedingsdrempels, meer ruimte voor onderhandse gunning en minder rapportageplicht. De redenering: de geopolitieke situatie vraagt om snelheid. Die smoes kennen we inmiddels.
Maar de oplossing voor het niet naleven van regels is niet om de regels af te schaffen. Corruptie en vriendjespolitiek gedijen het best in een omgeving waar de regels losser worden en de controle afneemt. SPEER, GrIT, de NH90-helikopters en de defensiekleding die tien jaar op zich liet wachten; allemaal het gevolg van inkopen zonder de juiste checks.
Jarenlang onvoldoendes, een minister die de bevindingen niet erkent en een EU die de regels versoepelt. Maar de enige consequentie die er ieder jaar tegenover staat is een streng praatje van de juf dat we dit volgend jaar niet weer willen zien. En tot overmaat van ramp gaat de NAVO-norm omhoog naar 3,5% bbp; alsof je met zeven onvoldoendes thuiskomt, en opa en oma besluiten dat dit het moment is voor extra zakgeld, een fatbike en onbeperkt schermtijd. Na negen jaar jaarlijkse standje wordt het tijd voor een andere aanpak. Rapporten lezen en praatjes werken niet bij deze club. Tachtig rondjes om de kazerne en de vloer schrobben met een tandenborstel; dat is een taal die ze begrijpen.